Haat- liefdeverhouding met knobbelzwaan

Zwanenliefde / foto Bennie van der Weide
De knobbelzwaan is nu eenmaal niet de meest geliefde soort van Gruttoland. In het broedseizoen kunnen ze dominant zijn, onverdraagzaam naar andere vogels en met die grote zwemvliezen kunnen ze zomaar over een gruttonest stampen. Als het effe kan, dus liever geen knobbelzwanen. Maar… ze zijn elegant, sierlijk en monogaam. Een paartje knobbelzwanen voert in de baltstijd een sierlijk ballet op, waarbij ze hun lange halzen in een perfecte choreografie om elkaar heen draaien.



L>R Zwanenliefde / Servan Ott; voor de hutten van Gruttoland / Bennie van der Weide; een stuk groter dan een kluut / Hans Peeters
De knobbelzwaan is de zwaarste vogel die in de Lage Landen voorkomt. Hun gewicht schommelt tussen de 10 en 12 kg. Dat zijn toch twee zakken aardappelen van elk 5 kg. Denk daar de vleugels bij en dan is het verwonderlijk dat ze kunnen vliegen. Dat een knobbelzwaan heel wat gewicht heeft mee te torsen, wordt echt duidelijk als hij vanaf het water opstijgt. Hij heeft een lange aanloop over het water nodig, voordat hij van het water loskomt. Vliegend maken die reusachtige vleugels een zingend geluid. Een groep knobbelzwanen hoor je dan ook al van verre aankomen. Boer Murk is minder blij met knobbelzwanen in Gruttoland: “Ze vervuilen het water, want ze schijten hele hopen. Ze vreten als een koe en schijten voor twee.”



L>R Willem de Wolf / Douwe Struiksma / Hans Peeters
Zoals gezegd zijn knobbelzwanen monogaam en belooft een paar elkaar eeuwige trouw. Hoe mooi is dat? Niet dus. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dit een mythe te zijn. Ook bij knobbelzwanen komen echtscheidingen voor. Maar liefst 1 op de 10 of 1 op de 5 zoeken in het voorjaar een andere partner. De gebondenheid aan het territorium blijkt hechter te zijn dan de liefde voor de partner. Maar ook hier, kun je alle zwanen natuurlijk niet over een kam scheren. Het territorium is heilig en verdedigen ze met man en macht. Vooral in het broedseizoen als er een nest met eieren is. Knobbelzwanen gaan indringers met opgeheven vleugels te lijf. Bekend zijn de verhalen dat ze met hun sterke vleugels een mens flink kunnen verwonden en zelfs een kinderarmpje kunnen breken. Ook dit is een broodje-aapverhaal. Vogels en ook knobbelzwanen hebben lichte, poreuze botten om te kunnen vliegen. Mensenbeenderen zijn zwaar en massief en het lukt een knobbelzwaan niet om die te breken. Aanvallen doet hij wel en daar kun je behoorlijk van schrikken.



L>R Henk Bootsma / Henk Bootsma / knobbelzwaan versus grote zilverreiger Willem de Wolf
Paspoort Knobbelzwaan
Wetenschappelijke naam: Cygnus olor
Friese naam: Knobbelswan
Herkenning: grote witte zwaan met rode snavel en in broedseizoen heeft de man een dikke zwarte knobbel boven de snavel
Lengte: 140 – 160 cm.
Spanwijdte: 200 – 240 cm
Geluid: zwijgzaam; bij opwinding snuiven en sissen; in vlucht maken de vleugels een zingend geluid
Voedsel: waterplanten die ze vanaf bodem eten; ook drijvende water- en oeverplanten; insecten en slakken; grazen vooral gras
Gedrag: dreigende houding bij nest; buiten broedseizoen in groepen
Leefgebied: zoetwatermeren, plassen, sloten en grachten
Nest: bouwt kolossaal nest op grond van riet, gras en ander plantaardig materiaal
Aantal eieren: 5 – 8 stuks; 1 legsel per jaar
Broedduur: 36 dagen (enkel vrouwtje broedt)
Vliegvlug: jongen kunnen na 120 – 150 dagen vliegen; na 3 – 4 jaar geslachtsrijp
Trek: meeste blijven in territorium; wintergroepen trekken rond en houden zich o.a. op aan IJsselmeer, Randmeren en veenweidegebieden
Voorkomen: broedparen 7000 – 9000; winteraantallen 38.000 – 46.000
Gruttoland: broeden in omliggende polder; op 100 m afstand van Gruttoland.



L>R Lubbert Boersma / dreighouding – Lubbert Boersma/ Servan Ott

